SLAA

SLAA

SLAAxTerras: vertaling door Flora Valeska Woudstra

Renée van Marissing

SLAAxTerras: vertaling door Flora Valeska Woudstra

Renée van Marissing

Met het nieuwe online project SLAAx vissen we in de vijvers vol talent van uiteenlopende literaire platformen. We werken met ze samen om jonge schrijvers uit hun stal een verhaal, gedicht of essay te laten schrijven met het losvaste thema ‘de stad’. Iedere twee maanden lees je in deze serie een speciaal voor ons geschreven stuk. In aflevering 2: SLAAxTerras, met een vertaling en introductie door Flora Valeska Woudstra. Ze vertaalde werk van Lyn Hejinian uit het Engels, uit de bundel Positions of the Sun.

Flora Valeska Woudstra (1991) is vertaler, schrijver en beeldend kunstenaar. Vanuit intersectioneel feministisch perspectief bevraagt ze de rol van verschillende lichamen en vormen van belichaming binnen taal en vertaling. Ze behaalde haar master aan het Dutch Art Institute te Arnhem en werkt als vertaler hecht samen met curatoriële studio Shimmer, in Rotterdam. Haar beeldend en literair werk verscheen eerder bij Samplekanon, nY, Awater, Stichting Perdu, Het Kröller-Müller MuseumPoetry International en in The Bendigo Art Gallery.

Lyn Hejinian is dichter, vertaler, redacteur en academicus. Haar literaire carrière wordt sinds lange tijd in verband gebracht met Language writing. Gedurende vele jaren doceerde ze aan de Engelse afdeling van de University of California, Berkeley, waar haar academische werk voornamelijk gericht was op modernistische, postmoderne en hedendaagse poëzie en poëtica, met een bijzondere interesse in avant-garde bewegingen en de sociale praktijken die deze met zich meebrengen. Deze blijven haar onderzoek en schrijven informeren – en haar interesse prikkelen. Hejinian is de auteur van ruim vijfentwintig dichtbundels en kritisch prozaboeken.

Schrijven aan het dagelijks leven

Een introductie tot het werk van Lyn Hejinian

Halverwege 2019 raakte ik mijn capaciteit tot het filteren van indrukken kwijt. Een paar dingen gebeurden tegelijkertijd, de wind, een autodeur die daarop meebewoog, een mens dat in die auto stapte, een stalen rand die de deuropening begrensde. Een klap. Letsel, symptomen, het opnieuw leren van lopen, intonatie, en vooral: onderscheid maken. Mijn ervaring van tijd en ruimte veranderde compleet, of: de plek die ik, in verhouding ertoe, innam verloor vastigheid. Kleine verrichtingen van het dagelijks leven werden enorm, waren met velen tegelijk in de ruimte, vroegen iets anders van de tijd dan voorheen. Hoe bewaar je een stem in de kakofonie van geluiden die constant klinkt?

Lyn Hejinian, een van de grondleggers van the Language poetry movement uit de jaren zeventig, wier werk een wezenlijk deel uitmaakt van Amerika’s experimentele en avantgarde poëzielandschap, stelt een soortgelijke vraag. Het dagelijks leven, het domein waar ze al decennia naartoe schrijft, is “het domein van leven met je keuzes, naast de keuzes die anderen maken” – een ethisch gebied, zoals ze zelf zegt. Een immer gedeeld gebied, ook. Want de veelheid, rappe opvolgingen in haar schrijven, plaatsen de verteller maar ook de lezer constant in relatie, in ‘de tijdelijke stroom die we ruimte noemen’, in de grenzeloze hoeveelheid van dingen die gebeuren.

Lyn Hejinian dwaalt, rekt de ruimte uit, laat haar denken onderbroken worden door andere narratieven die gebeuren, dat van de wind, van een denkbeeldige figuur die gestalte krijgt, een denker, de regen. Je dwaalt af, en mee, soms tot in het onnavolgbare, tot aan de vraag of ze zelf ook de draad kwijt zou zijn, tot je plots weer teruggebracht wordt, je relatie tot tijd en ruimte een klein stukje verschoven. Dat is wat mij raakt in Positions of the Sun: Lyn Hejinian maakt haar lezer poreus, gebruikt haar taal als getuige van het verstrijken van tijd. Zonder dat het altijd expliciet is, voert ze daarmee een politieke handeling uit, bevraagt ze onze posities, als mensen. En zo voel je als lezer dat we in het gezicht van het dagelijks leven best klein zijn, geen centrum, geen hoofdpersonage — we zijn ook. Deel van de kakofonie.

———

22

In The Practice of Everyday Life beschrijft Michel de Certeau door de stad lopen als een ervaring van totale ontworteldheid. “Het voortbewegen dat de stad vermenigvuldigt en concentreert, maakt de stad zelf tot een immense sociale ervaring in het ontbreken van een plaats.” Maar wat de Certeau beschrijft hangt toch zeker af van waar in de stad je je bevindt. Wat, bijvoorbeeld, als je in je eigen buurt bent? Zou je daar geen gevoel van thuishoren hebben (misschien met een gelijktijdig gevoel van wie er niet hoort ——— het vellen van schadelijke oordelen). Of misschien lopen we helemaal niet door steden, we dwalen ——— of struikelen ——— door de wereldeconomie, een petroleumbries strijkt langs wangen, ogen op apps. De dichter-academicus schrijft een gedicht, of het kan ook een essay zijn; ze citeert hedendaagse intellectuele autoriteiten, zinspeelt op tegenwoordige invloedrijke ideeën. De professionele professor schampert: “Je verdedigt je goed, Dichter; je hebt munitie meegebracht.” Ze heeft het mis. Als een mes in de taal, steekt daar de tong.

Er vindt een gebeurtenis plaats ——— het is een verrichting van de tijdelijke stroom die we ruimte noemen. Het is niet alleen toen en daar, of nu en hier; het is aan het gebeuren. Het dagelijks leven, (toegeschreven herhaling) wordt, natuurlijk, geleefd door gewoonte, en toch is het ook het domein van beslissingen, keuzes, en dus is het, in zekere zin, een ethisch gebied: het domein van leven met je keuzes, naast de keuzes die anderen maken. Het dagelijks leven (afgewisselde herhaling) heeft meerdere zwaartepunten, verschillende gegevens trekken onze aandacht, en we worden individueel afgeleid. Maar als we het dagelijks leven vanuit een anarcho-socialistisch oogpunt aan de tand voelen, moeten we twee vragen stellen: wat maakt mensen gelukkig, en wat maakt mensen ongelukkig? Sean Bonney schrijft (in Happiness):

[…]
het is dun, ons cynisme, het laatste afgebakende woord
soms, als een bepaalde vervorming in de klinkers is
.      gevonden
horen we de hemel. Het is een soort muur
al onze heldere, muzikale naamwoorden
het moraal van onze prestaties, zingend op het
.      schavot
& de oproerpolitie heeft alles ontkend
onze wetten en begeerten, dit is harmonie
[…]

In een boekwinkel, maar ook in de supermarkt, in het verkeer, lopend door de straten van de stad, maak je constant (en toch meestal onbewust) snelle beslissingen over hoe relevant alles dat om je heen gebeurt voor je is. Het heeft ‘s nachts geregend. Eindelijk. De lucht is nog bewolkt, grijs, maar niet, niet op dit moment, “bedreigend.” Gloeiende pompoenen waken over deurposten, ze grijnzen, grimassen, fronsen vraatzuchtig. De ramen staan open, en de geur van natte bestrating, klamme aarde, loof, gevels van gebouwen, drijft binnen, de bries strijkt langs mijn gezicht net wanneer mijn ogen en lezend verstand aan een zin van Isabelle Stengers’ Thinking with Whitehead beginnen, “Het overbrengen van sommige sense-objects door anderen zou op een dag kunnen…,” en ik richt mijn hoofd op, de zin glipt weg, geur in de lucht van de lucht, de overdaad van iets voor het af is. Het geheugen roept een pasklaar sentiment op, dat aanwezig is in de complexe sensaties die zich ophopen rond het feit dat je geleefd hebt. Het feit beweegt, net als de troebelingen in mijn ogen, even moeilijk te volgen als de sterren die Pleiades vormen, of als het toeval met haar verschuivende stukken. De geluiden en geuren en aanrakingen in de lucht socialiseren. Het is dat wat bijdraagt aan de emotionele spanning van het geheugen. Die spanning is niet altijd een prettige. Het geheugen kan aan je wereld pikken. Charlie Altieri wrijft over zijn elleboog. Ik keer terug naar de tekst.

[…]
elke mogelijke combinatie van personen en spoken
onze soberheid en slachtoffers, hieruit bestaat ons alfabet
soms worden we ziek van onze vrome barbaarsheid
we storten ons krijsend de hel in
onze immense, onbetwistbare rijkdom

Zoals Bonneys gedicht is uitgegeven is het misschien een ongerijmd, grenzeloos sonnet; toch voldoet het aan de veertien regels die het minimumvereiste lijken te zijn. Het is er een uit een reeks van Bonneys gedichten waarvan in het boek staat dat ze “naar Rimbaud” zijn, en er zit iets van Rimbauds begaafdheid, droefheid en ambivalentie in ——— ”het gevoel,” zoals Angus Fletcher opmerkt, dat “je ervaart in gevallen van acute sociale spanning,” waarvan de impact/structuur allegorisch is: “allegorie laat altijd een mate van innerlijk conflict zien, dat we ‘ambivalentie’ noemen.” Ik vraag Charlie Altieri, “Mag ik je als personage introduceren in mijn gedicht/essay/verhaal?” Hij antwoordt, “Je energie is geweldig ——— of anders afstotelijk.” Althans, dat is wat hij zou kunnen zeggen; de handeling van beschrijven is, wanneer deze eerlijk wordt uitgevoerd, evenzeer een zintuiglijk proces als al het andere, en uiteindelijk komt ze tot een willekeurig einde. Maar in het verloop, in het benoemen van wat dingen zijn, of welke dingen gezegd zijn, kan het proces soms ook ontdekken waarom dingen zijn, en waarom ze gezegd zijn. Aan de andere kant kan het een weerspiegeling zijn van zuiver bijgeloof. “Een van de meest evidente bewijzen van de irrationaliteit van mensen is dat ze naar een oorzaak zoeken waar die niet bestaat. Ze zoeken naar intentie in toeval, en aangezien ze heel goed weten dat deze intentie niet van hen is, nemen ze aan dat ze van een ander is.” Elke beschrijving, hoe ijverig ook, flirt met geheimhouding, die zoals het rood dat benoemd wordt bij het roodborstje, het oppervlak verdiept van de hoofdzin van de beschrijving, de centrale stelling. Relatieve bijzinnen hebben daarentegen een pakkende werking: de vastgoed-opleving die boomstammen de stad in sloeg; Alexander Pope, wiens postuur leek “op dat van een twaalfjarige jongen”; de buur, die walnoten naar voorbijgaande auto’s werpt; een zeevarende lynx die uit de golven vandaan komt; Alexander Pope, wiens naam verbonden is geraakt aan een figuur die op een nacht door mijn droom heen flitste op de rug van een vogel, wellicht omdat Maynard Mack als hij in zijn biografie van Pope een opmerking maakt over diens seksleven, zegt: “Het winterkoninkje gaat met evenveel voorspoed toe als de zwaan.” Soms creëren kunstwerken bijschriften, in plaats van beelden ——— bijschriften voor de ervaring, of deze nu echt of ingebeeld is. Maar deze nadruk op de ervaring is misschien wel een heel Amerikaanse nadruk. De jonge Franse academicus Chloé Thomas zei eergisteren nog zoiets tegen me. Amerikanen hechten zowel waarde aan het opdoen van ervaringen als aan het hebben van ervaringen, en toegang tot de ervaring is een prominent onderdeel in Amerika’s verhaal van zichzelf ——— z’n zelfbewustzijn. Vandaar ook de obsessie met geografie (als medium voor de ervaring maar ook voor expressieve, economische en bewegingsvrijheid), en het aandringen op de mens als vertegenwoordiger van de geschiedenis en cultuur (zodat ze “iets laten gebeuren”). En dus komt er een personage uit een verhaal langs, een hoofdpersonage, in wisselende, alledaagse vermomming. Ik kan niet spreken over de ervaringen die een steen heeft gehad (van regen of zonlicht die op het oppervlak vallen, om maar wat te noemen, of een pissebed die eronder kruipt), of van oost-indische kers (zeg van een mierenpoot op een van zijn bloembladen, of water dat door de stengel stijgt), of zelfs maar, met enige zekerheid, van wat mijn langharige rood-witte kat met z’n grote pluizige staart beleeft, maar voor mensen roept iedere ervaring weer andere ervaringen op. Dat is wat ervaren voor mensen betekent: een versterking en intensivering van ons zelfbewustzijn temidden van andere aanwezigen in de wereld. Vanuit dit oogpunt is elke ervaring symbolisch, een oproepen en provoceren van betekenis, die zelf ervaren wordt. Stel, bijvoorbeeld, dat ik verliefd word, of de wens heb om een vriendschap met iemand te verdiepen, om mee te spelen in de werking van zijn of haar denken.

Ik wil alle plekken zien waar hij of zij enthousiast van raakt, de plaatsen waarbij hij of zij van plan is ernaar terug te keren. Ik voel echter een vaag soort angst, omdat het veel van mijn tijd zal vergen, en misschien word ik wel überhaupt niet meegevraagd. Na de regenachtige nacht komt er een bleke ochtend, vormloze lichtblauwe vlakken dagen in de lucht, die desondanks elke poging tot het door laten breken van de zon lijkt te hebben opgegegeven. Hij of zij met wie ik een verdieping van de vriendschap zoek, een gelaagde geschiedenis van gedeelde ervaringen, rijdt auto en zet, zonder enige uitleg (maar ik weet dat hij of zij plots iets gezien heeft dat de aandacht greep, of dat we onze bestemming bereikt hebben), de auto stil langs de weg. Ik neem het gebied in me op. Vanachter het geronk van de motor, door de open autoruiten, hoor ik het zingen van de vogels in de bomen en het beangstigt me, want ik weet dat ze niet zomaar zingen, geen takken opeisen of seintjes geven of flirten; ze zijn betoverd, bezeten. Maar alles wat er gebeurt rechtvaardigt het constante detecteren van een constante detective. De detective die ik Roy Robinson Trelaine noem heeft een verminkte linkerhand en huilt in zijn slaap ——— “van verveling”, zegt hij. Zijn drijfveer lijkt wantrouwen te zijn, of tegenstrijdigheid of “het ondraaglijke realisme van een droom.” Als Roy Robinson Trelaine een dubieuze opvatting hoort, reageert hij behoedzaam of gefrustreerd of met een overweldigend gevoel van slaperigheid. Als ik merk dat iets aannemelijkheid, waarachtigheid, geloofwaardigheid, realiteit mist, verlies ook ik mijn interesse. Ik heb een hekel aan het verspillen van m’n tijd, energie, aandacht. Als ik verveeld genoeg raak, word ik vijandig. Misschien kan verveling, net als pijn, gemeten worden; op de schaal van 1 tot 10, hoe verveeld ben jij? Tegen de tijd dat je mate van verveling de 10 bereikt, is het niet langer verveling en wordt het paniek, of woede, een overschot aan gevoel, een tegenhanger van verveling, maar nog erger.

———

Over uitgeverij Belladonna*, waar dit werk in de oorspronkelijke taal is uitgegeven:

Belladonna* schept ruimte voor het werk van vrouwelijke en feministische schrijvers die avontuurlijk, experimenteel, politiek betrokken, veelvormig, multicultureel, multigendered, onmogelijk te definiëren en onvoorspelbaar zijn, en gevaarlijk met taal. Belladonna* zet zich in voor het publiceren en opbouwen van een literaire gemeenschap onder vrouwen en LGBTQIA+-auteurs die dwars schrijven, door werk te produceren dat politiek, kritisch, situationeel, intersubjectief, performatief of getuigend is — werk dat de grenzen en tweeledigheid van literair en artistiek werk overschrijdt, en de gender binary bevraagt.

Belladonna* werd in 1999 opgericht door Rachel Levitsky en begon als een reeks literaire avonden in Bluestocking’s Women’s Bookstore aan de Lower East Side in New York. Uit deze literaire avonden kwamen de publicatie van Belladonna* “chaplets” voort: korte, onbewerkte werken (vaak onaf en procesmatig) van auteurs die deel waren van de avonden. In 2008 begon Belladonna* met het publiceren van volledige boeken en het eerste tijdschrift, Matters of Feminist Practice, kwam uit in 2020. In 2021 werd chaplet #276 gedrukt.

Flora Valeska Woudstra

Lees meer vertalingen van Flora Valeska Woudstra in Terras #21 ‘Jungle’.

Redactie vertaling: Renée van Marissing

Terras is een hedendaags tijdschrift voor internationale literatuur met een eigen stijl en een goed oog voor nieuwe ontwikkelingen. Je vindt er bekende en onbekende literatuur van hoge kwaliteit. Terras houdt de lezer scherp en betrokken. Terras is een ontdekkend tijdschrift voor internationale literatuur dat opereert in het voetspoor van het roemruchte tijdschrift Raster. Het wordt gemaakt door dichters, schrijvers en vertalers met een internationaal netwerk en een zintuig voor het nieuwe en blijvend waardevolle. Als platform voor vertaalde literatuur werkt Terras samen met getalenteerde vertalers die het een kans biedt en kritisch begeleidt. Het tijdschrift legt de nadruk op literatuur die nog niet ontdekt is maar wel de moeite van het ontdekken waard en opereert als pionier. Terras schrikt er niet voor terug bijzondere teksten te presenteren. Het doet geen concessies aan een algemene smaak of heersende opinie. Terras opereert volgens eigen visie en met grote belangstelling en nieuwsgierigheid.