Stadsgedicht: Amsterdammertje

Home Stadsdichter Lezen
23 jan 2020

Amsterdammertje

Er zijn regels, want pas als jij jouw favoriete Indonesische toko hebt zien veranderen in een hipsterkoffiebar met antracietkleurige muren, je het verschil weet tussen Oud-West en BoLo & Co

De drukte geen ergernis meer in je opwekt, maar je de hoekjes met groen begint te zien in de hernoemde steegjes

Als je kan schakelen van het perspectief van een bicultureel transgender persoon naar het lot van een oudere witte noorderling die het allemaal niet meer zo goed kan horen

Als je in het winkelcentrum van Reigersbos bent geweest, de laatste metro hebt gemist, onderdeel bent van een broedplaats, je je regelmatig afvraagt: waar stond mijn fiets ook alweer?

Je de pijn voelt van de ongelooflijk lange weg die sommige mensen hebben afgelegd om hier te zijn, klein maar mooi stukje grond

Als het soms ook even kan schuren, je iemand ‘Klootzak!’ toeroept, maar niet bang bent om terug te keren om te zeggen dat je het niet meende.

Als het levenslied van Adje, André Hazes of thc jou op het lijf geschreven is, je Smibanese kan praten of Patta rockt

Pas als je je druk maakt om de huizenmarkt maar tegelijkertijd voor geen cent verderop zou willen wonen, je ziet hoe er steeds meer stadsgenoten noodgedwongen afscheid nemen

Je je fijn voelt in een stampvolle, bloedhete tent op Kwaku, de Uitmarkt, Milkshake, in Paradiso. Je zorg draagt voor de mensen en het ritme

Niet alleen bij leven maar ook daarna, verheven tot grafmonument. Pas dan kan je zeggen: ik ben een Amsterdammer.