De mannen eten pizza met hun handen. De meisjes prikken salade uit kartonnen bakjes. Over het Zonneplein beweegt een bank zich langzaam voort. De kleine zaal van het Zonnehuis wordt weer klaargemaakt voor een derde editie van Noorderwoord. Gekleurde stoelen staan in nette rijen, bij de bar liggen al koekjes klaar.
'Het is bijna uitverkocht,' hoor ik het kassameisje zeggen. De gasten zonder toegangsbewijs gaan er al vanuit dat de zaal vol zit, maar willen het toch nog proberen. Ze staan in een rij te wachten op mensen die hun reserveringen niet afhalen.
'Ik vond het de vorige keer zo leuk,' zegt een vrouw. 'Ik dacht, ik ga gewoon even kijken of ik nog naar binnen kan.' Ze houdt haar portemonnee gereed en vist er net genoeg muntgeld uit voor een kaartje.
Christine Otten opent de avond met een stuk uit haar nieuwe roman Rafaël. Een verhaal over twee geliefden in Tunesië ten tijde van de Jasmijnrevolutie. Zij vlucht naar Nederland met hun kind in haar buik, maar dan gaan de grenzen dicht en hij staat erop bij de geboorte van hun zoon te zijn. Een verhaal dat een gezicht geeft aan duizenden anonieme bootvluchtelingen.
Huisdichter en vredesambassadeur van Noord, Lamyn Belgaroui, is ook bij de derde editie aanwezig. Hij brengt een combinatie van spoken word en zang met deuntjes die goed in het gehoor liggen. Wanneer ik buiten sta, neurie ik nog mee met zijn liedjes.
Gerbrand Bakker is de grote auteur van de avond. Hij zit verlegen op de bank en zegt dat hij niet zo’n prater is. Iets wat ook duidelijk terug te zien is in zijn boeken, die vaak bladzijdenlange beschrijvingen van landschappen en handelingen bevatten. Hij vertelt over zijn schrijvershuis, dat hij bouwde terwijl hij al tijden niet meer kan schrijven, en over een oom die fruitsalade maakte en hoe bijzonder hij dat altijd vond.
'Het is bijna uitverkocht,' hoor ik het kassameisje zeggen. De gasten zonder toegangsbewijs gaan er al vanuit dat de zaal vol zit, maar willen het toch nog proberen. Ze staan in een rij te wachten op mensen die hun reserveringen niet afhalen.
'Ik vond het de vorige keer zo leuk,' zegt een vrouw. 'Ik dacht, ik ga gewoon even kijken of ik nog naar binnen kan.' Ze houdt haar portemonnee gereed en vist er net genoeg muntgeld uit voor een kaartje.
Christine Otten opent de avond met een stuk uit haar nieuwe roman Rafaël. Een verhaal over twee geliefden in Tunesië ten tijde van de Jasmijnrevolutie. Zij vlucht naar Nederland met hun kind in haar buik, maar dan gaan de grenzen dicht en hij staat erop bij de geboorte van hun zoon te zijn. Een verhaal dat een gezicht geeft aan duizenden anonieme bootvluchtelingen.
Huisdichter en vredesambassadeur van Noord, Lamyn Belgaroui, is ook bij de derde editie aanwezig. Hij brengt een combinatie van spoken word en zang met deuntjes die goed in het gehoor liggen. Wanneer ik buiten sta, neurie ik nog mee met zijn liedjes.
Gerbrand Bakker is de grote auteur van de avond. Hij zit verlegen op de bank en zegt dat hij niet zo’n prater is. Iets wat ook duidelijk terug te zien is in zijn boeken, die vaak bladzijdenlange beschrijvingen van landschappen en handelingen bevatten. Hij vertelt over zijn schrijvershuis, dat hij bouwde terwijl hij al tijden niet meer kan schrijven, en over een oom die fruitsalade maakte en hoe bijzonder hij dat altijd vond.