In een stad met zoveel lawaai als de onze zou je haast vergeten hoeveel stiltes er ook nog zijn. Van de vrouwen die het niet schopten tot een vermelding in de boeken,
een geflatteerd portret op een schuttersstuk of vertellingen die netjes via de tijdmachines van lied en standbeeld aan ons werden doorgegeven. Maar ze waren er, de meisjes
achter de toog, de visverkoopsters op de werf. Tantes die de kinderen van dronken buren in de gaten hielden. Dames die wisten achter welke voordeuren het blauwe ogen
regende en voor opvang zorgden omdat niemand in hun eigen stad een vluchteling mag zijn.
Slechts naar enkelen werd een straat vernoemd. Ontelbare verhalen verwaaiden en toch
klinkt er vanaf het Begijnhof alsnog gedempt gegiechel. Een kleine echo van de vrouwen
wier bestaan door geen enkele vorm van vergeten ongedaan kan worden gemaakt.
___________________________________ Op 8 maart 2025 zal in Amsterdam museum via theater, workshops, poëzie en muziek de hele dag een ode worden gebracht aan de Amsterdamse vrouw. Dit gedicht stond op 7 maart in Het Parool. Ellen Deckwitz is de Stadsdichter van Amsterdam. Zij reageert in Het Parool op de actualiteit. De Stadsdichter wordt mede mogelijk gemaakt door de gemeente Amsterdam en SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam), met Het Parool als vaste mediapartner. Foto: Bianca Sistermans