SLAA

SLAA

De Poëziepodcast: Hagar Peeters

De Poëziepodcast: Hagar Peeters

Bij aankomst staat de Kleine Zaal van Splendor vol met flessen sterke drank. Ik was eerst nog gevleid door deze wat overdreven, maar daarom niet minder aangename catering, en wilde mijn gast van deze maand, Hagar Peeters, al een Hendricks aanbieden, toen ik bedacht dat ze me bij Splendor al hadden laten weten dat de bar wordt verbouwd, en er daarom geen koffie is. Ook vanwege die verbouwing was de hele horeca-uitzet van Splendor in de Kleine Zaal gestald, dus we besloten er maar van af te blijven en nuchter aan de opnames te beginnen.

Dat er geen drank in het spel was wil overigens niet betekenen dat er niet gezongen wordt, want Hagar koos het lied ‘Een mooie avond’ van Jan Boerstoel, waar ze als studente al naar luisterde op de vloer van haar kamer, en dat haar via diverse mooie avonden altijd is blijven achtervolgen, tot op het recente Milkshake Festival aan toe, en tot in de Poëziepodcast, waar ze half zingend, half voordragend een versie laat horen met een beetje van haarzelf, en een beetje van Adèle Bloemendaal.

Een mooie avond

Een mooie avond, maar je komt vannacht niet thuis
En morgenochtend ga ik daarmee leren leven
Ben je geworden wat je altijd bent gebleven:
Een man alleen met bezigheden buitenshuis
En zo komt sprakeloos een eind aan ons gevecht
En zelfs geen ruzie om de stilte te verbreken
Maar tussen ons is, denk ik, alles wel gezegd
Een mooie avond om de flessen aan te spreken

Een mooie avond om de brieven die je schreef
Nog eens te lezen, al die hete metaforen
Die je bedacht over mijn ogen en mijn oren
En die je ook wel dacht, maar waar het dan bij bleef
Mijn eigen dichter, wat betekende je veel
Maar na vanavond zal ik niet meer om je treuren
Want met de jaren liet je bitter weinig heel
Een mooie avond om eens fijn te gaan verscheuren

Een mooie avond om te denken aan geluk
Dat wij niet vonden en misschien niet vinden mochten
Want God mag weten of we wel voldoende zochten
Maar schuld of geen schuld: uit is uit en stuk is stuk
In het begin leek zo veel toekomst nog te geef
En voor de rest gingen wij voortaan samen zorgen
Tot ons de dood… Nou kijk, ik leef nog steeds, ik leef
Een mooie avond om de cavia te worgen

Jan Boerstoel, uit: Veel verzen, Bert Bakker 2000.

Van Jan Boerstoel verschijnt overigens in november een nieuw boek, Tussentijd geheten. Iets om naar uit te kijken, maar in de tussentijd moet u genoegen nemen met ons gesprek.

Ik had beloofd dat ik de originele versie van Bloemendaal zou linken in dit artikel, dus daar komt ie dan, maar luister ook vooral naar Hagar Peeters.

https://www.youtube.com/watch?v=ZgLIBQYJBlA

Wat ik overigens niet tegen Hagar zeg in de aflevering, maar me wel later bedacht (daar is dit artikel tenslotte voor) is dat haar zingzeggende voordracht me ook deed denken aan een andere, waarbij niet een lied half voorgedragen maar een gedicht half gezongen wordt. En niet door de minste, maar door William Butler Yeats, de grote Ierse dichter uit het begin van de vorige eeuw.

https://www.youtube.com/watch?v=QLlcvQg9i6c

Het gesprek gaat verder over de vraag wanneer een lied nu eigenlijk een gedicht is, of een gedicht een lied, en of het eigenlijk wel uitmaakt of we daar onderscheid tussen maken. Hagar vertelt, om het geheel nog onduidelijker te maken, maar poëzie is onduidelijkheid, dat ze haar gedichten ‘liedjes’ noemt juist wanneer ze dat niet zijn. In de tussentijd hebben artiesten als Herman van Veen, Wende Snijders en Van Dik Hout dan weer liedjes gemaakt van Hagars gedichten, waar ze geen letter aan veranderd hebben. Dus die gedichten blijken ook prima liedjes te kunnen zijn.

Snel door naar Hagars eigen gedicht, uit haar nieuwe bundel De schrijver is een alleenstaande moeder die vanaf 19 september in de winkel ligt. Hagar vertelt dat ze op een nacht wakker werd en toen dit gedicht schreef, en dat het dus een van de weinige gedichten uit de bundel is die ze ‘s nachts schreef (haar favoriete tijd om te schrijven).

De proeftuin des levens

Voor een dichter is
zijn eigen leven proeftuin.
Thuis heeft hij zijn laboratorium
van ervaringen.

Hij haalt talloze experimenten
met zichzelf uit
om te ondervinden hoe
hij daarop reageert.

Alles wat hem overkomt
beschouwt hij als grondstof
voor zijn onderzoek.

Hij doet talloze ontdekkingen
en brengt daarvan verslag uit.

Ooit hoopt hij het grote
raadsel op te lossen

maar voorlopig neemt hij genoegen
met enkele aantekeningen
in dichtvorm.

Hagar Peeters, uit: De schrijver is een alleenstaande moeder, De Bezige Bij 2019.

De filosofie op het leven die uit dit gedicht spreekt, aldus Hagar, helpt het leven draaglijker te maken. Als je iets ergs overkomt zou je dat kunnen bekijken met de distantie van een observerende onderzoeker, die constateert dat dit iets is wat mensen overkomt. Op de op voorhand al mislukte zoektocht naar het antwoord op het raadsel des levens is een verzameling aantekeningen, oftewel een poëtisch oeuvre, het hoogst haalbare.

Het gedicht doet me denken aan het gedicht dat Anne Vegter voordroeg in deze podcast, ‘Tussen babies en leugens’ uit haar nieuwe bundel Big data (december 2019) waarin ze eveneens optreedt als een soort wetenschappelijke observator, of misschien meer als een toneelmeester die personages en decorstukken bij elkaar zet om te kijken wat er vervolgens gebeurt.

Daarna belanden we zowaar in een gesprek over pronouns, dat hangijzer van onze tijd. In haar gedicht heeft Hagar van ‘de dichter’ een man gemaakt, niet zozeer door het woord dichter (ik ben er een verwoed voorstander van om het woord dichter als neutrale, niet als mannelijke variant te gebruiken, en het woord dichteres naar de composthoop van de taal te verwijzen) als wel door de woorden ‘hij’ en ‘zijn’. Dat is een bewuste keuze, waarmee Hagar de archetypische dichter en de archetypische laborant wil verbeelden, een archetype dat volgens Hagar echt mannelijk is.

We sluiten af met een ander gedicht, waar de titel van Hagars nieuwe bundel aan ontleend is. Ook daar is de schrijver een hij, omdat Hagar elke discussie over gender uit haar bundel wilde vermijden:

De schrijver is
een alleenstaande
moeder zoals hij

bij zichzelf een woord
opwekt de weeën
weerklinken in hem
als de echo van een ander

hij hoedt het
voedt het binnenwendig
zelf volledig medeplichtig
aan een eenmansgraf

gevangenis van lichaam
kastje tot muur
bureau, leeslamp
schrijfwaar en tikmasjien

de schrijver is
een alleenstaande
moeder zoals hij
en hij alleen dagelijks

opstaat zorg draagt
de wereld buitengesloten
lot dat voortraast zonder hem
aan de zijlijn van de werkelijkheid

graaft naar waarheid naar wat
openbaarheid
hij moet
van zichzelf want

niemand anders
doet het hij kan
die verantwoordelijkheid
voor wat het zijne

tegenover deze wereld
is niet afschuiven in
peignoir achter de half
gesloten gordijnen

Hagar Peeters, uit: De schrijver is een alleenstaande moeder, De Bezige Bij 2019.

Op 28 september staat Hagar Peeters op de Nacht van de Poëzie, en al op 19 september ligt haar nieuwe bundel in de winkel. Sla uw slag! Ook ik ben aanwezig op de Nacht van de Poëzie om een paar dichters te interviewen. Daar kunt u live bij zijn, of u kunt de podcast in de gaten houden, want daar doe ik het natuurlijk allemaal voor. En eerst is er volgende maand nog een reguliere aflevering. Met wie, dat is nog even een verrassing.