SLAA

SLAA

Anna Enquist: Een hele pagina!

Anna Enquist

Anna Enquist: Een hele pagina!

Anna Enquist

Een hele pagina!

Het is ergens in het jaar 2000. Pianist Ivo Janssen en ik zijn net begonnen met onze samenwerking, die tot op heden voortgaat. Het begon met een uitnodiging van het Concertgebouw in Amsterdam aan mij om een optreden te verzorgen met tekst en muziek in de kleine zaal. Ik voelde niets voor een plaatje met een praatje, maar wilde een vorm bedenken waarin de muziek en de woorden echt een verband met elkaar zouden aangaan. Je moet dan een muziekstuk hebben met ‘gaten’ erin waar je de tekst in kwijt kan. Meteen kwamen de Preludes van Chopin bovendrijven. Vierentwintig prachtstukken waar je nooit genoeg van krijgt; ideaal om met gedichten te combineren. Het werd ons eerste programma. 

Ivo’s toenmalige impresariaat zag er wel wat in en wilde ons voorafgaand aan de avond in de kleine zaal boeken voor allerlei concerten. Dat vond het Concertgebouw niet goed. Na lang aandringen mocht het, mits de optredens plaatsvonden op 200 kilometer afstand van Amsterdam. Zo begonnen we onze duo-presentatie met een serie concerten in Brabant en Limburg. Ivo was daar heel populair, hij komt er vandaan. We hadden volle zalen. In die tijd was de combinatie tussen muziek en teksten nog niet zo algemeen, dus trokken we al snel de aandacht van de pers. Er kwam een verzoek van de Volkskrant of hun theaterrecensent een dag met ons mee kon reizen. Leuk, dachten we. De muziek was zo prachtig, de uitgekozen gedichten pasten er zo mooi bij, en het verstilde beeld van de pianist achter zijn enorme zwarte vleugel, de dichteres geconcentreerd daarnaast – dat moest wel indruk maken. 

We gingen altijd bijtijds op weg, zodat we van tevoren de microfoon konden testen en afspraken konden maken met de geluidstechnicus. Ivo wilde inspelen op het beschikbare instrument, kijken naar de sterke en zwakke kanten van de vleugel, horen of alle subtiele aanslagtechnieken die de uitvoering van de Preludes vereist tot hun recht kwamen. Beetje op het podium staan, rondkijken in de zaal, glaasje water neerzetten, kennismaken met de organisatoren. We speelden in fijne concertzalen met steeds een goed instrument. We kregen er echt plezier in, dus laat die recensent maar komen, dachten we. 

Een zaterdag, naar Zuid-Limburg. Hein Jansen van de Volkskrant reisde mee. In de auto zullen we wel opgetogen hebben zitten kletsen over de prachtuitvoeringen en ons mooie programma, blij verrast als we waren door de goede ontvangst bij het publiek. Dat ze gingen staan! Dat ze maar doorgingen met applaudisseren! We werden door een vriendelijke dame ontvangen. Spulletjes uitladen, wat eten, informeren naar de kaartverkoop – uitverkocht, ze hadden heel wat mensen moeten teleurstellen. Uiteindelijk gingen we naar de zaal. Een leermoment; sinds die dag in Limburg is de zaalinspectie het eerste wat we doen. 

Met de zaal was niets mis, alleen: waar was de vleugel? Die was er niet. Een bescheiden pianootje stond schuin op het toneel. Ivo’s gezicht betrok. Dit hadden wij nog niet meegemaakt. Hein zat op een stoel op de eerste rij in een bloknoot te schrijven. Wij gingen overleggen met de mevrouw. Dit kon niet. Was er ergens in het dorp een vleugel? Kon die hiernaartoe vervoerd worden? Het is een piano, zei de mevrouw, dat stond in het contract, de stemmer is ook nog geweest gisteren. Vleugels waren in de wijde omtrek nergens aanwezig. Na de schrik en de teleurstelling kregen we de slappe lach. Ivo ging spelen. Alles klonk hetzelfde en veel geluid kwam er niet uit. We sloopten hele panelen van het armzalige instrument af in de hoop op meer klank. De pianist heeft nooit zijn eigen instrument bij zich en is gewend zich aan te passen aan wat er toevallig staat, maar nu werd van dat aanpassingsvermogen het uiterste gevraagd. 

‘Sta je ervoor, dan moet je erdoor’, schreef Gerard Reve. We speelden ons programma en Ivo ramde zijn vingers stuk om die laatste, overweldigende prelude over het voetlicht te krijgen. De mensen leken het mooi te vinden, we kregen bloemen en bier. In de kleedkamer deden we onze feestkleding uit en de gewone kleren aan. Hein klopte op de deur. Pas toen drong het tot ons door dat er komende week een verslag van deze toch wel lachwekkende expeditie in de krant zou staan. En zo ging het ook: ons treurigste concert en de aanloop daartoe kreeg een hele, toen nog dubbel grote pagina met een waarheidsgetrouw verslag van Hein en een foto van het zielige pianootje.