Als je er nuchter naar kijkt, is een raam eigenlijk niet meer dan een wat groot uitgevallen kattenluik
voor het licht. Zodat het naar binnen kan sluipen en ons weer toont waar we lopen, er ruimte ontstaat
om verder inwaarts te gaan, te ontdekken wie we zijn en waarvoor we staan. Als het licht door deze ramen
naar binnen buitelt, ontstaan er verhalen, bijeengehouden door nerven van lood. Een groot web van toen en straks,
vol vertellingen van mensen die er model voor stonden zoals een moeder in bed, vereeuwigd door een zoon
die kon schilderen met vuur. Eeuwen later gloeien op de wanden en vloeren nog steeds hele tapijten
van kleur. Ze verbinden ons met hen die er waren, met hen die er nog zullen komen,
zodat we erbij stil blijven staan dat er ook met scherven verhalen worden gemaakt.
Zodat we onze weg blijven vinden in het donker.
____________________________ Geschreven omdat in de Oude Kerk van Amsterdam op vrijdag 13 juni twee gerestaureerde gebrandschilderde ramen zijn teruggeplaatst, als cadeau voor het 750-jarig bestaan van de stad. Ellen Deckwitz is de Stadsdichter van Amsterdam. Zij reageert in Het Parool op de actualiteit. De Stadsdichter wordt mede mogelijk gemaakt door de gemeente Amsterdam en SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam), met Het Parool als vaste mediapartner. Foto: Bianca Sistermans