ik zie een stad van sintels bossen met kruinen van as versteende wortels die de wereld omknellen
je voelt dat ik bang ben en vraagt me om te denken aan iets dat niet bestaat en ik val toch weer voor de erotiek van kruistabellen een schaduwboekhouding van rouwik heb onze donkere toekomst zien gloeien de lava achter gordijnen de gruwelijke waarheid is we halen het wel, maar hoe
vertel me iets grappigs, zeg je, iets absurds iets dat je tenen doet krommen van gebrek aan betekenis, een minister met een hobbyik kijk nachtenlang samen met jou naar natuurdocumentaires zonder iets te zien dat het redden niet waard is zelfs de reclame, dat is het verschil
2. De lente halen alle vogels binnenin je zijn ontsnapt uit je vederlichtheid: ik volg met mijn vinger je sleutelbeen om te vinden waar ze leefden, ik blijf aan het litteken haken van de plek waar ze een uitgang vonden, het voelt als de nacht inslikken, de stad doorboren kauwen op de vraag of onze lichamen niet van ons zijn maar alleen van ons worden gemaakt wanneer een ander ze aanraaktals je zo lang hebt geslapen waar haal je dan de lente vandaan
je bijt in je haar, schrijft in het water, parfumeert je schouderbladen schudt een doek uit over de restanten van een tuin elk gebaar uitgewist nog voor je het maakt verbergen de lengende dagen hun vreugde en hun wanhoopvoor ons, terwijl we slapen in kamers waar het grijze afwaswater het halen van de lente vangt
3. Ringweg we lopen hand in hand het parelnatte duister in de oude brug op en de nieuwe bypass over het park in, een boom vol kraaien langs, een veld vol roeken door, we begrijpen dat sommige verlangens niet begrepen mogen worden stappen grijs en wit van lompheid, nog niet van ouderdom door plassen van bevroren en opnieuw gesmolten begeerte hier bestaat het park alleen nog uit randen het is dun geworden als een lucifer en werpt een fosforkleurig lichtop de weg naar huis valt een slordig vogeltje van z’n tak en landt op z’n hoofd, rolt overeind weer op z’n pootjes—hoi lente
hoi gotische storthoop van universum en politiek hoi opgefokte brommer, onbegrijpelijk bouwwerk van tijm en spinnenweb, laten we naar binnen gaan
het allermooiste brood ter wereld bakken en verkruimelen op het gras Pieter van de Walle
Foto: Sara Eelen