Mijn half Australische huisgenootje heeft haar Australische half-vriendje op bezoek. Tijdens het eten vraagt hij ons (drie meisjes, leeftijd variërend van 22 tot 27, allemaal vegetariër) naar de mindere buurten van Amsterdam. Mijn twee huisgenoten hoeven er niet lang over na te denken: ‘O god, de Bijlmer, never ever go there after sunset,’ roepen ze. Of ze er ooit geweest zijn, wil ik weten. ‘Wat heb ik daar nou te zoeken?’ vraagt er een. Een niet onbekend vooroordeel over de Bijlmer waar ik niets van begrijp.
Eens in de zoveel weken organiseert de SLAA in samenwerking met het Bijlmer Parktheater Bijlmer Boekt!, een literaire avond vol verhalen en feest. Ik stap in de zogeheten Bijlmer Boekt!-bus die vanaf Leidseplein vertrekt. De vakkundige chauffeur loodst ons door smalle bochten, langs grachten, via het drukke centrum de rust van de Bijlmer in. Jong talent Gershwin Bonevacio (lees: Bonethacio) draagt tijdens de rit rustig een paar van zijn korte gedichten voor als opwarmer. 'Heel mooi,' verzucht een Bijlmer Boekt!-buspassagier.
In het Bijlmer Parktheater is het al druk. De zaal is op één of twee stoelen na vol.
Christine Otten opent de avond met een gedicht van Ester Naomi Perquin, de eerste gast. Ester Naomi werkte vanaf haar 21e een tijdlang als gevangenisbewaarder om haar schrijfstudie te bekostigen. ‘Wat jong!’ vindt Christine, en dat vindt Perquin eigenlijk ook. ‘Ik geloof dat het vroeger toch anders ging,’ zegt ze. ‘Ze zaten enorm verlegen om gevangenisbewaarders, anders was ik nooit door die psychologische test heen gekomen.’
Ester Naomi Perquin bewijst waarom ze een van de meest toonaangevende dichters van Nederland is. Celinspecties is een gekaderde bundel. De gedichten gaan over haar tijd in de gevangenis maar is op geen enkel moment veroordelend. Perquin probeert zich door middel van woord te verplaatsen in mensen die iets, voor haar, onbegrijpelijks hebben gedaan.
Ze is ziek, horen we achteraf, maar je merkt er niets van. Cynisch als altijd, grappig als altijd, goed als altijd legt ze de lat hoog voor de volgende artiesten. Na elk gedicht gaat er een gemeenschappelijk gevoel van overgave – bijna opluchting – door de zaal. Wéér zo’n prachtig gedicht.
Eens in de zoveel weken organiseert de SLAA in samenwerking met het Bijlmer Parktheater Bijlmer Boekt!, een literaire avond vol verhalen en feest. Ik stap in de zogeheten Bijlmer Boekt!-bus die vanaf Leidseplein vertrekt. De vakkundige chauffeur loodst ons door smalle bochten, langs grachten, via het drukke centrum de rust van de Bijlmer in. Jong talent Gershwin Bonevacio (lees: Bonethacio) draagt tijdens de rit rustig een paar van zijn korte gedichten voor als opwarmer. 'Heel mooi,' verzucht een Bijlmer Boekt!-buspassagier.
In het Bijlmer Parktheater is het al druk. De zaal is op één of twee stoelen na vol.
Christine Otten opent de avond met een gedicht van Ester Naomi Perquin, de eerste gast. Ester Naomi werkte vanaf haar 21e een tijdlang als gevangenisbewaarder om haar schrijfstudie te bekostigen. ‘Wat jong!’ vindt Christine, en dat vindt Perquin eigenlijk ook. ‘Ik geloof dat het vroeger toch anders ging,’ zegt ze. ‘Ze zaten enorm verlegen om gevangenisbewaarders, anders was ik nooit door die psychologische test heen gekomen.’
Ester Naomi Perquin bewijst waarom ze een van de meest toonaangevende dichters van Nederland is. Celinspecties is een gekaderde bundel. De gedichten gaan over haar tijd in de gevangenis maar is op geen enkel moment veroordelend. Perquin probeert zich door middel van woord te verplaatsen in mensen die iets, voor haar, onbegrijpelijks hebben gedaan.
Ze is ziek, horen we achteraf, maar je merkt er niets van. Cynisch als altijd, grappig als altijd, goed als altijd legt ze de lat hoog voor de volgende artiesten. Na elk gedicht gaat er een gemeenschappelijk gevoel van overgave – bijna opluchting – door de zaal. Wéér zo’n prachtig gedicht.