SLAA

SLAA

De Poëziepodcast: Menno Wigman

Daan Doesborgh

De Poëziepodcast: Menno Wigman

Daan Doesborgh

Menno Wigman publiceerde vijf bundels, maar is daarnaast een gevierd vertaler van onder meer De Nerval, Baudelaire en Rilke. In De Poëziepodcast leest de oud-stadsdichter van Amsterdam een gedicht voor van de Duitse dichter Gottfried Benn, die in Duitsland veel aanzien geniet maar in Nederland nauwelijks bekend is. Daar gaat verandering in komen: dit jaar verschijnt bij uitgeverij Koppernik een bundel gedichten van Benn, die Wigman heeft vertaald.

In De Poëziepodcast leest Wigman het gedicht ‘Kleine aster’:

Kleine aster

Een verzopen bierbezorger werd op de tafel gehesen.
Iemand had een donkerlichtlila aster
tussen zijn tanden geklemd.
Toen ik vanuit de borstkas
onder de huid
met een lang mes
tong en gehemelte uitsneed,
moet ik haar aangestoten hebben, want ze gleed
in de aangrenzende hersenen.
Ik bedde haar in zijn buikholte
tussen de houtwol
toen hij werd dichtgeregen.
Drink je dronken in je vaas!
Rust zacht,
kleine aster!


– Gottfried Benn, vertaling Menno Wigman

Een dame in de tram kreeg er braakneigingen van, ikzelf vind dat de bierbezorger als een zatlap wordt afgeschilderd. Wat doet Benn in dit gedicht om die effecten teweeg te brengen? Je hoort het in de podcast.

EENZAME UITVAART

De laatste bundel met eigen werk van Wigman is Slordig met geluk, die vorig jaar bij uitgeverij Prometheus verscheen. Uit die bundel leest hij het gedicht ‘Aarde, wees niet streng’, dat Wigman schreef ter gelegenheid van een eenzame uitvaart. Bij dit uit Groningen naar Amsterdam overgewaaide initiatief wordt een dichter gevraagd om een gedicht te schrijven en voor te dragen op een uitvaart waarbij geen familie of vrienden van de overledene aanwezig zijn.

Wigman vertelt over de moeilijkheden die daarbij komen kijken: hoe schrijf je een gedicht over iemand die misschien wel helemaal geen aardig persoon was? En hoe kan je iets in een gedicht verwerken wat je helemaal niet weet?

 

Aarde, wees niet streng
Aarde, hier komt een eerzaam lichaam aan

waarin een koninklijke zon is opgegaan.
Achter de ogen scheen een zomermaand,
het middenrif liep vol zacht avondlicht
en bij de hartstreek rees een tovermaan.

De handen voelden water, streelden dieren,
de voeten kusten stranden, kusten steen. Inzicht,
er sloop vreemd inzicht in het hoofd, de tong
werd scherp, er huisden vuisten in de vingers,
de hand bevocht brood, geld, liefde, licht.

Je kunt er heel wat boeken over lezen.
Je kunt er zelf een schrijven. Aarde, wees niet streng
voor deze man die honderd sleutels had,
nu zonder reiskompas een pad aftast
en hier zijn eerste nacht doorbrengt.
– Menno Wigman