SLAA

SLAA

De Poëziepodcast: Bart Moeyaert

De Poëziepodcast: Bart Moeyaert

De laatste live-aflevering is een klapper: in de nacht van 16 op 17 september 2017 sprak ik als laatste met niemand minder dan Bart Moeyaert. Het publiek op de achtergrond werd almaar luidruchtiger, ik ga ook steeds harder praten, kortom, goed dat dit het laatste gesprek was en we hierna zonder recorder aan de drank zijn gegaan.

Bart Moeyaert is al jaren een zeer geliefd auteur van zowel jeugdliteratuur als werk voor volwassenen. Op de Nacht las hij het gedicht van eigen hand dat ook is afgedrukt in de Nachtbundel, die elke bezoeker mee naar huis kreeg. De luisteraars van De Poëziepodcast die niet op de Nacht waren zullen het met dit artikel moeten doen.

Het wonder van de goede koffie

Het is zoals het wonder
van de goede koffie.
Gemiddeld eens in de
twaalf maanden houdt
iemand midden in een zin
zijn adem in, waarna hij
naar de bodem van de kop
die als gegoten op het
bordje past blijft staren.
Misschien minutenlang
blijft het geluid uit, maar
in dat hoofd zou je het
brullen moeten horen.
Er wordt nogal gescholden
als iemand inziet dat hij
jarenlang genoegen nam
met drab en dat maar
koffie noemde omdat er
melk bij kon, en suiker.
Gemiddeld één keer in
het jaar heeft iemand
zo’n ervaring, wat eigenlijk
verbazend weinig is
als je de koppen en de
schotels telt die al
vergeten zijn nog voor
ze worden aangeroerd.
Nochtans is smaak geen
kunst of wetenschap.
Het is hetzelfde als
gezond verstand, iets
wat we voor het leven
houden, zoals het kopje
bij het bord hoort,
de mensen bij elkaar,
het water bij de zee.
Dit gedicht bestaat
ook in de versie van
de goede thee.

Bart Moeyaert, uit zijn nog te verschijnen bundel (Querido, najaar 2018). www.bartmoeyaert.com

Bart vertelt dat hij het idee voor dit gedicht in de auto kreeg, in een periode waarin hij maar heel weinig schreef. Hij zette de auto aan de kant en noteerde zijn ingeving. De intens vriendelijke Bart Moeyaert krijgt bijna iets gepikeerds als ik hem vraag of het gedicht dan ook meteen op het papier stond, of hij dit als een goddelijke ingeving meteen genoteerd heeft of dat er nog veel schaafwerk achter deze schijnbare speelse eenvoud schuilt. Het is ook terecht dat de vraag hem pikeert, want zoals bij alle gedichten die lezen alsof ze op geen andere manier geschreven hadden kunnen worden zijn ook die van Bart natuurlijk het eindstation van een lange reis langs versies die inderdaad klinken alsof het wél anders kan, beter, puntiger, preciezer. Ik zei het al over de aflevering met Lieke Marsman, maar ik herhaal het graag nog eens: soms moet je als interviewer domme vragen stellen. Daar komen goede antwoorden van.

Tijdens het monteren merkte ik dat we in een gesprek van nog geen kwartier enorm veel hebben aangeroerd. Naar het einde toe steekt Bart een prachtig verhaal af over de manier waarop poëzie schrijven hem op sociaal vlak uit zijn schulp heeft weten te lokken, een betoog dat ik alleen maar tekort zou doen door het hier samen te vatten. U moet maar gewoon de aflevering luisteren.

Over twee weken is er weer een Poëziepodcast. Gewoon weer vanuit Splendor spreek ik dan Joost Baars, die met zijn debuut Binnenplaats de allerlaatste VSB Poëzieprijs ooit won. Na die aflevering zult u weer ouderwets een maand moeten wachten op de vorige, want de live-afleveringen zijn op. De vrijgekomen tijd kunt u bijvoorbeeld vullen met mijn collega’s van Ondercast, die andere literaire podcast.