SLAA

SLAA

De Poëziepodcast: Nachoem Wijnberg

De Poëziepodcast: Nachoem Wijnberg

Bij hoge uitzondering heb ik het mijn gast van deze maand, Nachoem Wijnberg, toegestaan om ergens anders af te spreken dan op mijn vaste locatie, Splendor. Nachoem, naast dichter ook hoogleraar Cultural Entrepreneurship and Management aan de Universiteit van Amsterdam, heeft een mooie werkkamer op de bovenste verdieping met een prachtig uitzicht over Amsterdam.

Ten minste, dat over dat uitzicht heb ik verzonnen want op de dag van onze afspraak blijken alle UvA-locaties dicht vanwege Hemelvaart, en zo zitten we na wat geharrewar alsnog bij Splendor, maar dan wel in de kelder want dat was de enige ruimte die zo overhaast nog beschikbaar was. Gelukkig is het er muisstil en kunnen we in alle rust praten over het gedicht dat Nachoem heeft meegenomen.

The choirmaster’s burial

He often would ask us
That, when he died,
After playing so many
To their last rest,
If out of us any
Should here abide,
And it would not task us,
We would with our lutes
Play over him
By his grave-brim
The psalm he liked best—
The one whose sense suits
“Mount Ephraim”—
And perhaps we should seem
To him, in Death’s dream,
Like the seraphim.

As soon as I knew
That his spirit was gone
I thought this his due,
And spoke, thereupon.
“I think,” said the vicar,
“A read service quicker
Than viols out-of-doors
In these frosts and hoars.
That old-fashioned way
Requires a fine day,
And it seems to me
It had better not be.”

Hence, that afternoon,
Though never knew he
That his wish could not be,
To get through it faster
They buried the master
Without any tune.

But ’twas said that, when
At the dead of next night
The vicar looked out,
There struck on his ken
Thronged roundabout,
Where the frost was graying
The headstoned grass,
A band all in white
Like the saints in church-glass,
Singing and playing
The ancient stave
By the choirmaster’s grave.

Such the tenor man told
When he had grown old.

Thomas Hardy

Hoewel het voor een vluchtige lezer misschien een wat stijf en ouderwets gedicht lijkt, zit er verrassend veel spannends in. Hardy speelt regelmatig met rijmparen en ouderwetsigheden die bewust uit de toon vallen en een beetje lelijk zijn, maar wel altijd in dienst van het gedicht. Van Nachoem mag ik dat niet pesterig noemen, en het gedicht als geheel niet arcadisch, en daar heeft hij eigenlijk ook wel gelijk in. Ik roep alleen af en toe iets wat kort door de bocht is om een beetje te pesten, en zodat ons gesprek niet te arcadisch wordt.

Zo is Nachoem het er ook beslist niet mee eens dat ik impliceer dat er weinig overeenkomsten zijn tussen dit gedicht van Hardy en het gedicht van eigen makelij dat Nachoem heeft uitgekozen. Dat is, volgens hem, allemaal maar uiterlijke schijn. De gedichten lijken visueel gezien misschien weinig op elkaar, maar wie goed kijkt ziet toch allerlei overeenkomsten. Al was het maar, en dit laatste is dan weer mijn toevoeging, het meesterschap.

ZET ZE MAAR TEGEN DE MUUR

(Het verschil tussen een dictator als Napoleon
en een als Lenin of Hitler?) De rechtvaardiging van
Napoleons leiderschap is dat hij zelf zegt
dat hij zoveel groter dan anderen is
en daarom als eerste de zwaktes ziet
in de opstelling van de tegenstanders,
die van Hitler – en van Lenin, langs de omweg
van de dictatuur van het proletariaat – is dat er een leider moet zijn
die het idee is en het idee is de leider
(en willen beslissen of de leider trouw is aan het idee
is de ergste democratie, waarvoor bij ons geen plaats is,
zoals Hitler uitlegde aan Otto Strasser) en hij is de leider
(groter dan anderen, maar dat komt dan pas,
niet aan het begin van de redenering), omdat iedereen blijft waar hij is
terwijl hij zo lang spreekt als hij kan. Hoe kwam Hitler
ook alweer aan de macht? Je mag enkel met Hitler vergelijken
als je niets anders meer weet? Hij zei dat hij niet
in een regering wilde, behalve met hem als rijkskanselier,
en ze zeiden: nee, nee,
maar later vonden ze het te moeilijk nee te blijven zeggen
(terwijl Hitlers positie zwakker geworden was
als hij langer had moeten wachten). Hoe kan je die vergelijking
maken? Je hebt niet met Hitler te maken,
enkel met duizenden regels boekhouding die overgebleven moeten zijn
van beslissingen, misschien ook van jou,
maar van de meeste weet je niet waar ze precies over gaan
en als je nee blijft zeggen is de kans groot
dat je straks moet beslissen over waar je nog minder
van weet. Vanwege zijn afhankelijkheid
van staatstautologieën lijkt Donald Trump (je hoopt dat je die naam
snel kan vervangen door een ander, zoals toen Ghalib zich verdedigde,
omdat hij in een gedicht een of andere maharaja geprezen had,
in verwachting van een bedankje,
en toen hij hoorde dat de maharaja net doodgegaan was,
diens naam vervangen had door die van zijn zoon:
de naam van de zoon paste ook in het vers,
en als God die man mag vervangen door een ander,
mag ik dat toch ook) meer op Hitler of Lenin,
maar het is moeilijker voor hem
omdat hij zo snel aan het einde van een zin komt
die hij drie of vier keer met kleine veranderingen kan herhalen,
maar wat dan (alsof iemand bij een einde komt
en nog moet bedenken
wat hem gelukkig had kunnen maken)? Alleen kleine mensen verwachten
dat er nog iets komt. (Het spijt je, maar je moet toegeven
dat áls je een portret van een terroristische dictator
in je werkkamer moest ophangen,
de hoekkamer op de bovenste verdieping,
die je je deze zomer heb toegeëigend,
het er een van Napoleon zou zijn.)

Nachoem Wijnberg, ongepubliceerd, 2018.

Voor mijzelf is het als dichter altijd een dilemma of je wel of niet over actuele zaken moet schrijven. Nu is dit niet echt een gedicht over de actualiteit, Napoleon, Lenin en Hitler zijn al een tijdje dood en dictatuur is van alle tijden, maar Trump komt er bijvoorbeeld wel in voor. Hoewel Nachoem dat in het gedicht ook al aanstipt (“je hoopt dat je die naam / snel kan vervangen door een ander”) vraag ik toch hoe hij zich daartoe verhoudt. Volgens Nachoem is poëzie een uitstekende methode om op een betere, mooiere manier iets te zeggen over een onderwerp dat je interesseert, en als dat onderwerp toevallig de politiek van het moment is dan kan poëzie zeker interessante inzichten opleveren, al loop je dan het risico dat de lezer van de soms al nabije toekomst niet meer weet waar het over gaat. Ik kan de proef op de som nemen en in dit artikel even bijvoorbeeld de naam Sarah Huckabee Sanders laten vallen. Ik hoop dat de doorgaans toch goed geïnformeerde VN-lezer al vrij binnenkort niet meer weet wie dat is.

Minder enthousiast wordt Nachoem ervan als poëzie wordt gebruikt om een punt over te brengen. Dat kan toch echt beter in een debat, als je een argument zo helder mogelijk geformuleerd hebt is het een verspilling van de poëzie om er een gedicht van te maken.

Deze puntige stelling leek me een mooi einde van deze aflevering dus dat heb ik er dan ook maar van gemaakt. Wie na dit ruime halfuur nog geen genoeg heeft van Nachoem en zijn poëzie kan van 29 mei tot en met 3 juni terecht op Poetry International, hét festival voor de internationale poëzie waar Nachoem één van de dichters in het boordevolle programma is. Ook de luisteraar die van mijn hakkelende interviewstijl nog geen genoeg heeft kan zijn hart ophalen op Poetry International, want ook ik ben daar aanwezig en zal enkele dichters interviewen.

Daarnaast is deze aflevering een soort voorproefje op die van volgende maand. Dat wordt namelijk een extra lange Poëziepodcast, waarin ik vijf buitenlandse dichters uit het programma van Poetry International spreek. Wel in het Engels, dus spijker uw talenkennis nog even bij.