Onze stad verandert elke dag, voor iedere nieuwkomer wordt ze weer opnieuw geschapen. Elk van ons heeft een eigen lievelingsplek, favoriete wijk of wenkbrauwbar,
elk van ons heeft een eigen Amsterdam. En toch zijn er tal van overlappingen
zoals dat je samen met je andere Mokumgenoten woont in de coulissen van Grand Hotel Amsterdam,
zoals dat hier op de fiets stappen vaak toch een open sollicitatie voor de spoedpoli is,
en dat voor alle bewoners van deze geweldige kabaalstad oordopjes het effectiefste antidepressivum vormen, ja
we zijn door van alles verbonden, we voelen het in onze aderen. De mensen die er voor ons waren, aan wie we soms onze hartslag danken maar vooral de gebouwen en de hinkelklinkers op de Dam.
Soms, tegen de schemering, zie je aan de gracht nog schimmen van al lang vergane vestingwerken, varen er ijle schepen over het IJ
en blijf je blij dat je hier bent, een plek waar de nachthemel inmiddels door felle schijnwerpers lijkt te zijn opgegeten
maar waar je ook aan je voeten nog steeds hele sterrenstelsels aan kauwgom vindt.
______________________________________ Ellen Deckwitz is de Stadsdichter van Amsterdam. Zij reageert in Het Parool op de actualiteit. De Stadsdichter wordt mede mogelijk gemaakt door de gemeente Amsterdam en SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam), met Het Parool als vaste mediapartner. Foto: Bianca Sistermans