Sophie Florusse over haar tijd bij SLAA
Ik viel meteen het weekoverleg in waar gebrainstormd werd over een nieuw programma. Ik keek nog wat schaapachtig vanuit de zijlijn mee en probeerde bij te blijven met de namen en programma’s die genoemd werden. ‘Heb jij nog ideeën?’ werd mij opeens gevraagd. Ik schrok een beetje op en stamelde een paar namen van schrijvers. Die eerste week was er een inhaalslag te maken. Ik spitte driftig kunstenplannen en jaarverslagen door, ik luisterde naar eerdere SLAA-podcasts en ploos het document ‘mogelijke taken stagiair’ uit.
Nu, vier maanden later, ben ik op de hoogte van alle SLAA-lingo, zijn er sjaals en stickers met het nieuwe logo in het leven geroepen, is de boekenkast op kantoor gealfabetiseerd, maar heb ik me bovenal met alle programmering voor het najaar bemoeid. Zoals het Bellevue-programma op 1 oktober, waar we het experiment aangaan met verschillende schrijvers en performers om te onderzoeken wat een live voordracht nou wezenlijk anders maakt dan tekst op papier. We hebben heel uiteenlopende opdrachten bedacht en dagen de makers uit om de grenzen van het podium op te zoeken.
Het eerste programma dat ik bijwoonde als onderdeel van het SLAA-team was het korte verhalenfestival KORT in Theater De Richel. Mijn laatste wapenfeit is net geweest: het programma over de duif in de literatuur ROEKOE! in de Tolhuistuin. Voor alle programmering in het najaar zal ik, gelijk jullie lezers, plaats in de zaal nemen als bezoeker. Maar dat zal ik met alle liefde doen.
Sophie Florusse