'Bloedmaan' - Hasan Gök tijdens 'Lorca'
BLOEDMAAN
Een zwoele zomernacht
dat was het
van achter ijzeren tanden
mijn bekken drukte ik er doorheen
zodat hij wat kon zien in zijn ooghoeken
deze hoek verdiende immers ook wat aandacht
Carlos heette hij
Met woeste wenkbrauwen
En warrig haar
Een moedervlek aan de rechterkant van zijn bovenlip ook groot genoeg om er tussen uit de drukken
Een driedaagse baard schaamde zich er niet voor en ik ook niet
Carlos bewoog zich richting mij
Nerveus schoffelde hij
Tijdens elke twee stappen, keek hij een andere kant op
tot hij een halve meter voor me stond
Ik zweer het je,
het ijzer tussen ons leek buigbaar
Hij had net gerookt, dat rook
ik ook ik lustte anders ook wel een sigaar
Carlos rookt geen sigaretten
Dat wist ik
Elke donderdagavond, tussen 9 en 10
Wanneer de shifts wisselden
en de eerste drie knopen opengingen
Benen gespreid
Donker haar
krulde boven zijn overhemd en het rook van de sigaar
Er een blauwe gloed over de zaal
Ik mijn rechterwang tegen het koude ijzer aan
Alle rondjes die hij maakte met zijn mond aan het bewonderen was
af en toe maakte Carlos oogcontact
alles was rond op die donderdagavonden
alles kwam bij elkaar
Zo ook deze donderdagavond
Vermoeid van het heen en weersjokken
op ijskoud drie vierkante meter
Sinds wanneer kon je schaatsen in Spanje?
Dat wist ik niet
Maar vanavond was er een bloedmaan
Onder gesloten oogleden vocht ik niet alleen in de oorlog
Maar bedreven Carlos en ik de heetste liefde
Onder de zang van de nachtegalen
ver van boze ogen
veilig in lege loopgraven
Samen waterden we het zand en de aarde
We ontvingen er meer grip voor terug
De hete zomernachten konden niet lang genoeg duren
Toen ik mijn ogen opendewas de liefdesoorlog voorbij
Maar mijn wapen stond goed en stevig overeind
Klaar om geladen te worden en te schieten
En dat zag Carlos
Het gevaar voor zich moest worden ontmanteld
Carlos wist waarvoor ik achter het ijzer stond
ik wist waarom dat slot ons verbond
Het overviel me wel eens
Hoe creatief mijn waanhoop mij maakte
Als ik een kies eruit kon trekken
Dan had ik eindelijk iets stevigs in handen om te beeldhouwen
Ik had er dan wat puntigs van gemaakt
Zodat ik eerst kon friemelenmet het slot
Want als dat slot eraf was
Pfff als dat slot eraf was
Dan zou ik de rest van mijn tanden in Carlos zetten
En ik denk dat Carlos zo’n man zou zijn
Die zegt
‘Als ik het met een man zou doen, dan zou jij het zijn’.
En als ik wist hoe ik uit deze cel kwam, dan had ik het ook geweten.
Toen Carlos voor me stond
Rook ik de warme dag
Hij had er zeker wel vijf uur op zitten
Aan het begin van zijn shift
rook hij naar lichte oud en sandelhout
Fris, licht, brons en groen
Tegen het einde rook hij rijp
En kleef er een lichte glans over al de huid die ik kon zien
Maar vannacht was Carlos zenuwachtiger dan normaal
Zijn stappen klonken traag en loodzwaar
Waar Carlos gewoonlijk onbekommerd
Was hij vannacht serieus en somber
Ik was gefascineerd hoe afleidend mooi zijn bezwete onderarmen glommen
terwijl hij het slot hardhandig en agressief opendraaide
Toen hij de celdeur opentrok
en er even niks tussen ons stond
bekeken we elkaar enkele secondes die minuten leken te duren
als een regenjas op een gehaaste natte dag werd ik uit mijn cel gerukt
Ik was compleet overvallen
Wat gebeurde hier nu?
De zomernacht, voelde vrij buiten beter dan tussen vier muren
Zwoel benauwd, licht roes, een lief briesje en de volle bomen leken te fluisteren
Ver weg speelde een gitaar
en zong een vrouwelijke stem
Mijn vrijheid was te mooi om waar te zijn
Mijn waarheid alleenbestemd voor papier
Carlos keek strak voor zich terwijl ik achter hem aan hinkte
Zo’n perfecte zomeravond moest betekenis hebben
alsof de buitenwereld een serenade zong voor mijn dood
Ergens leken de bomen me ook uit te zwaaien
‘Ik wed dat elk van jullie weleens denkt wat niet gedacht mag worden’.
Zeg ik terwijl ik wat tegenkracht geef
Met dat laatste hield ik mezelf voor de gek
Carlos was een grote sterke man
Ik een dichter, een kunstenaar, die met geluk de derde boodschappentas aan kan
Geboeid liepen we ’s nachts Onder de bloedmaan
Op donkergrijs gras
Hier kende ik niet de weg
Carlos trok stevig en gehaast
hier kende ik niet de weg
maar wat ik wel wist: op deze plek hoorde geen schep
Deze markeerde het einde van onze tocht
Carlos stond stil, draaide zich om
En smeet mij op het gras
Ik was geboeid maar ik zat niet vast
Terwijl ik de Heilige vader bedank
Mijn laatste secondes aan het tellen was
Prikte Carlos zijn baard in mijn bovenlip
Toen ik mijn ogen opende op vrij land
Veranderde Carlos zijn scherpe blik
naar lief, naar zacht
Mijn koude celvloer had deze droom nooit durven dragen
De bomen inmiddels gestopt met praten
De zang van de gitaren ver
de spelende vrouw onverstaanbaar
Lagen Carlos en ik op het grasveld
Millimeters verwijderd van elkaar
In mijn dromen liet ik me altijd gaan
Dus drukte ik hem tegen me aan
De geur van de bomen, van Carlos en van vrijheid
Daarvoor durfde ik vannacht heen te gaan
Inmiddels wreven Carlos en ik
Elk denkbaar lichaamsdeel tegen elkaar
Zo smaakte een warme zomerdag
Ergens tussen rijpe perziken en vijgen
Content keek ik naar de bloedmaan
Zij had het allemaal heel simpel laten lijken
En dat was het ook
Alles tussen mij en Carlos eigenlijk niks
Zoals het hoorde
Hoe kon ik hiervoor gestraft worden?
Mijn vonnis vannacht plakte op mij
als een tweede huid
Carlos nam zijn taak serieus
Om ons heen wel vijftig groene alibi’s
Toekijkend naar onze zondes
Samen met de wind susten ze alle oer uit dit woud
Steeds sneller en harder werden we een met de natuur
We gaven het bos alles wat we in ons hadden
Schreeuwden hard, kort maar krachtig uit
Onze kreten, kogelschoten in de lucht
Vervolgens streken we zacht
als twee vallende bladeren neer
Het was goed zo
Een blad dat zich opzettelijk had losgemaakt
mocht nu zijn lot aanvaarden
Ik bleef liggen
De vierkante meters die ik naakt bezette
waren warmer dan alles hiervoor
Mijn gedichten zou men lezen nadat ik was gegaan
Terwijl Carlos zijn oogkleppen afveegde
deed ik mijn laatste gebed
Een warme zachte hand, kneep mij teder vanaf mijn bovenarm langzaam overeind
Ik wist het, mijn zondes zouden vergeven worden
God leek verdacht veel op Carlos
Ze zeggen wel eens dat je leven voor je ogen voorbijflits in je laatste momenten
Bij mij herhaalde alles zich vanaf het moment dat onze bezwete boezems elkaar aanraakten
Was ik teruggekeerd?
Voor mij zat een naakte Carlos
met zijn kin op zijn knieën
Toen hij zijn gezicht omdraaide schrok ik wakker
Een geruststellende glimlach verscheen
De verontrustende schep verdween
alles wat we het bos hadden gegeven
lag er nog
Beiden stonden we op
In Carlos zijn blik, stond alles wat ik moest weten
Het maanlicht verlichtte onzegezamenlijke wegen
Klaar om te volgen
Met moed bedolven
Bezweten verweefde handpalmen
Liepen Carlos en ik dieper het bos in
Vannacht was een gevangen man heengegaan
Gesorteerde kiezelstenen het altaar van de bloedmaan