In aanloop naar 4 en 5 mei 2024 deden De Balie en het Amsterdams 4 en 5 mei comité eerder dit jaar een oproep aan schrijvers, denkers en kunstenaars om ideeën in te leveren rondom het thema empathie. De toekomst is onzeker. Deze tijden van oorlog en crises vragen om reflectie op de samenleving die we zijn en willen zijn. Daarom sloegen De Balie en het Amsterdams 4 en 5 mei comité opnieuw de handen ineen voor een Open Call.
Eén van de winnaars in de categorie Literatuur is Emma Zuiderveen. Ze maakt een audio-poëziewerk in samenwerking met muzikant Tarif El-Fasih waarin ze twee ecologische catastrofes uit het nieuws – de milieuramp in de Oder rivier en de Nova Kahkovka dambreuk in Oekraïne – vertaalt naar poëzie. Op 5 mei presenteert ze haar werk tijdens het programma Vrijheid @ Lola Luid.
In het teken van 4 en 5 mei publiceert SLAA, in samenwerking met De Balie, de gedichten van Emma op onze website. Een zee van tweekleppigen I Het waren explosieven, het was een verouderde constructie, een stortvloed van beton, steuren en leven dat wegsijpelde. II De bewoners van Marianske huilen om oude dieren. Duizenden vislijkjes verspreid over gruis en zand, schubben waarin een toekomst voorspeld ligt, iedereen zal verliezen. Ze liggen als eenoog, spreken een taal die het verleden reflecteert: Kachovka dambreuk, zes juni 2023. Wat beweegt het water, fluisteren ze, tussen korrels aarde slipt de mogelijkheid weg om anders te willen. III In de zilte grond zakt een geschiedenis weg. De velden wenen niet maar in het zand vinden we onze botten. De dam uit 1956 omgeeft zich met socialisme, speelt de ster in de film Poem of the sea (1958): ‘Vergeet de peren en de hutten, we beslissen over de komende duizend jaar,’ zei de held. Ze verloren steppe en ecosysteem, wonnen kanalen en energiecentrales. De keuze duurde zessenzestig jaar, soms vergeten we dat mensen de schaduw zijn, dat het heden schril afsteekt tegen idealen. IV Ina wees, het bord met cijfers kwam niet overeen met de hoeveelheid graven. Vijfhonderdduizend ton aan mosselen, die voorheen het water filterden. Ina huilde om de zee van tweekleppigen die niets meer filterden. Honderdvijftig ton industriële smeerolie meegesleurd naar de Zwarte Zee. Het vet vormde gitzwarte schaduwbeelden, sleepte vlezigheid mee die zilt werd. Ina wende zich af, hoe dan ook omhuld door rotting, een geur van dode vis en wier. Meer dan honderdvijftig dolfijnen spoelde aan in Bulgarije, de buik rood en de oogschacht leeg. De karkassen vervuild met koper en zink, zij waren niet de enige die stierven aan gifstoffen. Anderhalf miljoen jonge steuren werden opgeschrikt door vier meter hoge golven, door troebel en toxisch water. De verslaggever zei: ‘Geen vis heeft het overleefd.’ Ina zweeg, de oorlog lag aan de oevers van een leeggelopen stuwmeer. V De bewoners van Malokaterynivka knielen neer bij een leeggelopen meer. Uitgestrekt land dat in een leegte neervalt, hoe tussen al het modder de mensen overeind blijven, die niet meer hardop dromen. Toch staan ze daar, met ogen en handen opengeslagen naar de hemel. Niemand durft de namen te noemen van de koeien, bruinvissen of steuren. Misschien omdat we vergeten zijn hoe ze heten, omdat we ze nooit hebben geleerd. De bewoners van Malokaterynivka knielen neer, geen afdruk blijft achter, ze kijken hoe tussen al het modder het vergezicht barst in de zon.