SLAA

SLAA

De Poëziepodcast: Antjie Krog

Daan Doesborgh

De Poëziepodcast: Antjie Krog

Daan Doesborgh

Vorige maand streek de Poëziepodcast neer op Poetry International, wat een doldwaze aflevering opleverde met de meest uiteenlopende gesprekken over de meest uiteenlopende poëzie. Maar het festival is voorbij en het leven gaat door, dat wil zeggen, bijna dan. Want als er dan toch een keurkorps van internationale dichters naar Rotterdam komt, zou ik wel dom zijn als ik daar niet even van profiteer. Zodoende is de nieuwe aflevering aan de ene kant een gewone aflevering, en aan de andere kant een hele bijzondere: in Rotterdam sprak ik met de grande dame van de Afrikaanse poëzie: Antjie Krog.

Aan het begin van de aflevering spreken we af om ons gesprek in het Engels te voeren, maar wie daar door wordt afgeschrikt doet er goed aan om toch te luisteren, want al vrij snel schakelt Antjie volledig over op het Afrikaans, en ik op het Nederlands. Dat was voor ons allebei prima te volgen, dus voor jullie ongetwijfeld ook. Op haar hotelkamer in het Parkhotel, waar af en toe een helikopter voorbij vliegt en af en toe een vogel begint te zingen, hebben we het eerst over twee gedichten van N.P. van Wyk Louw, een dichter waar je in de Zuid-Afrikaanse literatuurgeschiedenis net zo moeilijk omheen kan als om Nijhoff in de Nederlandse.

Nog eenmaal

Nog eenmaal wil ek in die skemeraand
weer op ons dorp en by ons dorpsdam staan,
weer met my rek óp in die donker skiet,
en luister, en al word ek seer en dof,
hoe die klein klippie ver weg in die riet
uit donker in die donker water plof.

Uit: Nuwe Verse, 1954.

XLV I I                                                                                                                                                                  Kom, aand. Kom, nag. Dan is ek weer alleen,
Ek eers in jou, my half-silwer aand:
half van die wêreld, ek, en half van jou;
iets soos April: lente en hongerig, want

ervaring van oop-maak, van die groot-
en blinker-word in die kastanjeboom,
en half nog: trug-van-hunkering,
in Desember en die donker en die sneeu.

En dan: my nag, my nag: vervulling
volmaakter as die wêreld wat ek weet:
kinderlose, vreugdelose en ondroewige
getyelose maat van my, my nag.  

Uit: Tristia, 1962.

Antjie koos twee gedichten van Van Wyk Louw uit omdat je, de gedichten hierboven bewijzen dat, bijna zou kunnen zeggen dat hij twee oeuvres gemaakt heeft. Zijn vroege gedichten zijn klassiek, rijmend en beeldend. Zijn latere werk is vrijer en metaforischer, om zijn ontwikkeling als dichter even enorm kort door de bocht te schetsen. Voor Antjie is Van Wyk Louw van enorm belang geweest, omdat hij niet alleen zelf prachtig schreef maar ook een radioprogramma had waarin hij het publiek kennis liet maken met een breed scala aan poëzie, soms door hemzelf, soms door de auteur voorgelezen. Als jong meisje zat Antjie aan de radio gekluisterd voor dit programma, en Van Wyk Louw stond dus aan het begin van haar poëticale opvoeding.

Maar de grote, alomtegenwoordige invloed van deze witte man op de Zuid-Afrikaanse letteren treft ook weerstand, met name van de jonge dichters van kleur die Antjie als hoogleraar aan de universiteit van Wes-Kaapland in creatief schrijven onderwijst. Als docent probeert ze dat op te vangen door hen werken van Van Wyk Louw te laten lezen die zich juist inleven in de woede en de onderdrukking die zij en hun naasten ervaren, zoals in ‘Ballade van die bose’, waarin Van Wyk Louw de woede laat zeggen:

Wanneer jy wil vlug
uit die stad wat brand,
dan vlug ek saam
soos ’n vrou aan jou hand.

Op het festival nam Antjie deel aan een bijzondere voorstelling. Voor een eerder project schreef de ze de Mis voor het Universum, een tekst die de vorm gebruikt van de Hoogmis, maar waar God uit is weggesneden. Als ik vraag of God niet is weggelaten maar vervangen door de aarde, is Antjie resoluut. Nee, ze is geen pantheïst, en we moeten de wereld niet benaderen zoals we God benaderen. We moeten onszelf tegelijk in het centrum zetten en kleiner maken, en leren om in overeenstemming met de wereld om ons heen te leven. Ze leest drie delen uit deze mis, twee aan het begin en een aan het eind:

‘N MISORDE VIR DIE NUWE VERBOND

TEKSVERS: hoe kan ons die planeet versorg as ons nie mekaar kan versorg nie / hoe kan ons mekaar versorg as ons nie die planeet kan versorg nie 

GLORIA

Aardonyx celestae, Alikreukel, Akkedis
Bantu, Bradysaurus, Boegoe, Blaasopvis
Chlorofil, Chromista, Cactoblastis, Codlingmot
Damara Dik-Dik, Diederikie, Dikkop
Ekostelsel, Eland, Eurasiese plaat
Fotosintese, Fitoplankton, Fynbos, Flagellaat
Gemsbok, Grieke, Gondwana, Galjoen
Homo habilis, Homo erectus,  Naledi, Vermiljoen
iMpevu, Invertebrae, Iyengar, Ibis
Jakkals, Janfrederik, Jagluiperd, Jellievis
Khoi-San, Kraanvoël, Kelte, Korhaan
Lintwurm, Ligeen, Lystrosaurus, Likkewaan
Massospondylus,, Mahem, Mestizo, Maraboe
Nqwebasaurus, Nimmersat, Njala, Gnoe
Ouvolk, Oorbietjie, Orde Liliales, Orgidie
Plankton, mevrou Ples, Pêrelgryskop, Swie
umQaqoba, iQwane, umQwashu, Quito-mond
Ratel, Roerdomp, Rinkhals, Rot
Speg, Selekant, Shongololo, Saagvlerkswael
Sponse, Stekelkelp, Slymskimmel, Strandgarnaal
Tiptol, Tsetsevlieg, Troupant, Tarentaal
Taung-kind, Tamboekie, Trichopteraal
Uil, Uterus, Umuvi, wodaka
Vlakvark, Vleiland, Vredefort krater
Wielewaal, Wespes, Wulk, Walvisbul
/Xam, umGxina, Xerofiet, Xantofil,
Ysterkruid, Ystydperk, Yi Yao, Ystervark
Zoeloelipvis, umZane, Zebra, Zambezi-karp

CREDO

Ek glo in die enige God,
die Almagtige Son, G2V,
Moederster en Skepper van ons planeet en sy ellips;
En in die Aarde,
haar enig lewegewende seun, onse Allerhere
wat gebore is uit die Maagd Water
en gestabiliseer is deur die Heilige Maan,
wat ly onder homo sapiens,
besoedel, vernietig en vermoor word;
maar wat sal opstaan
uit die dodende selfsug,
sal kantel, steier en die mens van sig afskud
en voortleef
met wat glip in ekostelsels.
Ek glo in Heilige Suurstof.
Ek glo aan heilige sianobakterieë,
fotosintese en die gemeenskap van bome,
die almag van Water,
die seëviering van die Son,
die wederopstanding van die planeet,
en ’n lewe van Ewige Omgee

Amen

Onse Brose Aarde wat onder die universum uitstrek,
laat u Bestaan vir ons heilig word,
laat ons u sien as ’n koninkryk,
laat ons u oppas,
u ganse oppervlakte
net soos ook u dieptes.
U gee ons elke dag
ons daaglikse lig, getemperde water, fotosintese en brood
maar ons besoedeling kan u nie vergeef nie,
ook nie ons mishandeling en vernietiging van mekaar nie;
lei ons in die versoeking om u bo alles lief te hê
u te verlos van alle etterende ontering.
Want aan u behoort dié punt in die heelal
en sy krag, sy oorvloed en heerlike ewewig tot
in die oneindigheid.

Het beproefde systeem van de mis is er eenvoudig in te herkennen, en de filosofie over aarde, mens, klimaat en toekomst die erin naar voren wordt gebracht kan ik onmogelijk recht doen door die hier te omschrijven, luister daar nou maar gewoon de aflevering voor. Ikzelf heb er in ieder geval het volste vertrouwen in dat het goed komt met de mensheid, als we maar bereid zijn om naar predikers als Antjie Krog te luisteren.