SLAA

SLAA

Vrouwkje Tuinman: Onvergetelijk

Vrouwkje Tuinman

Vrouwkje Tuinman: Onvergetelijk

Vrouwkje Tuinman

Onvergetelijk 

Als de mensen niet naar de literatuur toe komen, dan moet de literatuur maar naar de mensen toe. Vanuit die gedachte worden schrijvers naar de meest uitzinnige locaties gelokt. Je mag bijvoorbeeld voordragen in een bus, die zich schokkerig door de stad beweegt. Je brult over de mensen heen, die buiten zoveel interessantere dingen zien dan binnen, en die allemaal becommentariëren. Niet dat je een hand over zou hebben gehad voor een microfoon. Je hebt er één nodig voor je boekje, en de ander grijpt de lus die voorkomt dat je door het gangpad sodemietert. 

Je mag voorlezen op een druk kruispunt, waar groepjes fietsers langskomen op een bijzondere poëtische tocht door de stad. Het kost elke deelnemer ongeveer de duur van een gedicht om af te stappen, de fiets te parkeren, te zoeken of de echtgenoot het tot dit kruispunt heeft weten te halen, te informeren of hier de fiets op slot moet, of dat het wel gaat, ook al is het een grote stad, en het is maar een korte voordracht, toch?  

Inderdaad, die is zojuist afgerond. 

Je mag optreden op de academische campus. Om vier uur ’s nachts, want dat is het unieke aan het evenement: het duurt de hele nacht, omdat studenten nu eenmaal een ander ritme hebben dan andere mensen. Na afloop weet je dat het bezoeken van literaire voorstellingen niet tot dat ritme behoort. 

Je wordt uitgenodigd in een bakkerszaak. Een spannende plek, waar iedereen, van jong tot oud, van bankdirecteur tot caissière, zijn brood komt kopen. Ook tijdens jouw optreden. Je staat midden in het uit twee tafeltjes bestaande koffiezitje, en schreeuwt boven de bestellingen en de rinkelende kassa uit. Je beloning: een lokale peperkoek. 

Want laten we eerlijk zijn: ook als schrijver moet je leven. Desnoods van peperkoek. Of anders van boekenbonnen. En heel soms van een daadwerkelijk bedragje, waar je alleen maar vijf ondoorgrondelijke formulieren voor hoeft in te vullen, die erop neer komen dat de organisatie haar subsidie kan opstrijken en jij een verrassend groot deel van dat bedrag weer terug mag geven aan de staat. 

En dus kom je, als je een plekje krijgt aangeboden op dat wervelende festival waarbij mensen zich verplaatsen tussen vervallen boerenschuren, waar helaas geen wc is, want geen stromend water, behalve dan het water dat door het lekke dak op het podium lekt, hetzelfde water dat ervoor zorgt dat tijdens de vijf uur van je aanwezigheid helaas maar drie bezoekers het tot de schuur weten te redden. 

Je zegt ja, als je wordt gevraagd zitting te nemen in een literaire biechtstoel van 1 bij 1, de zon brandend op het dak, een metalband spelend op vijftig meter afstand, iedere nieuwe bezoeker net iets meer aangeschoten dan de vorige. 

Natuurlijk werk je mee, als je in een Tesla over een Waddeneiland moet rijden,  waarbij elke twee kilometer wordt gestopt, zodat je in de kofferbak kunt klimmen en van daaruit (niet eerder vertoond!) je verhalen brengt – zo kort mogelijk graag – terwijl de mensen massaal in de wel degelijk sensationele wagen stappen om daar op knopjes te kunnen drukken, bijvoorbeeld van de radio, die nog best hard kan. 

En als de SLAA belt, dan doe je mee. ‘Ook deze opdracht zal je weer niet voorgoed in de luxe financiële omstandigheid die je meer dan verdient brengen,’ schrijft de organisatie. Dat vind je zo sympathiek dat je ja zegt, zonder te vragen hoe de dag eruit gaat zien. Je schrijft zelfs speciaal een kort verhaal, wat maakt het uit, het is de SLAA! 

Je maakt je geen zorgen, als in de weken die volgen wat informatie over de dag binnendruppelt. Het gaat om circa zestien korte voordrachten. In een invalidenwagen. Je bent terwijl je voorleest óók de bestuurder. Daarna wisselen de rollen en word jij rondgereden, door de bezoeker, die jouw verhaal reproduceert. Bij grote belangstelling worden het misschien dertig korte voordrachten. 

De dag breekt aan. Het is vijftien graden kouder dan gebruikelijk in deze tijd van het jaar. Gelukkig kan de Canta dicht, want het hoost. Wat jammer is, is dat de meeste bezoekers pas in het voertuig willen stappen als ze het concept helemaal doorgrond hebben. Druipend stuur je de Canta over het festivalterreintje. Zo luid als de motor kun je helaas niet. Daarna krijs je eenzelfde rondje over koetjes en kalfjes met de bezoeker, die niet begrepen had dat hij het verhaaltje moest onthouden. Met een beetje geluk krijg je een gedicht van eigen makelij te horen. 

Na vier uur wordt het evenement afgeblazen, want inmiddels hagelt het. Het was een onvergetelijke dag, lees je later in het verslag. En dat was het. Op de foto’s zie je wat blauw, maar je hebt toch maar mooi de literatuur naar een man of zestien gebracht. Of twaalf. Je zou het zo weer doen. Alleen niet direct, want je moet eerst van die longontsteking af.